boterhammetpindakaasIk krijg vaak een verzoek voor een weerbaarheidstraining  als er een incident is geweest. De cliënt blijkt in deze situatie niet goed voor zichzelf op te kunnen komen. Reden voor aanmelding van een cursus, zo ook voor Fleur.

Fleur doet de deur voor mij open en ontvangt mij hartelijk. Ze is wat schuchter en verlegen, maar vraagt mij netjes of ik iets te drinken wil. Tijdens de thee kan ze mij prima vertellen wat er is gebeurd en waarom ik bij haar ben. “Ik moet leren voor mezelf op te komen”. Als ik haar vraag wat dat betekent, vertelt zij mij dat ze nee moet zeggen als iemand iets bij haar doet wat niet mag.

Maar wat is dat dan wat niet mag? Wie bepaalt wat wel en niet mag? Voor Fleur waren dat haar ouders en de begeleiding. En Fleur? Mag Fleur niet zeggen wat wel en niet van haar mag? Fleur kijkt mij met grote ogen aan…

Een training weerbaarheid is zoveel meer dan het zeggen van “Stop”! of “Nee”! We beginnen bij de basis en laten mensen (met een verstandelijke beperking) in hun kracht komen door bewust te zijn van gevoelens: wat vind ik prettig en wat niet? Wanneer voel ik me groot en wanneer klein? Wat voel ik? Wat wil ik? De basis van weerbaarheid. Geen aangeleerde kunstjes in zogenaamde situaties, maar zoveel mogelijk real live en als het even kan in het hier en nu. Aansluiten bij de belevingswereld van de persoon.

Fleur en ik gaan aan de slag. “Wat vind jij prettig om naar te kijken op tv?” “GTST!” roept ze hard. “En wat vind jij helemaal niet prettig?” “Het journaal Blehhh!” “Heel goed!” Ik steek mijn duim omhoog. “Wat vind jij heel lekker om te eten?” “Lasagne van mijn moeder” zegt Fleur. “Ik krijg al trek als ik er aan denk!”

En wat vind je vies? “Spruitjes…. en pindakaas!” geeft ze aan. “Dus dat eet je nooit?” zeg ik meegaand in haar enthousiasme. Fleur wordt ineens stil. “Jawel… als Janine werkt” zegt ze. Als Janine werkt, eet jij wel pindakaas? vraag ik haar. “Ja”. Waarom? “Janine smeert altijd mijn brood… altijd pindakaas…”

Fleur en ik maken een “huiswerk” plannetje. Ze gaat als Janine werkt zeggen dat ze graag iets anders wil.
Ik maak een sessieverslag van ons gesprek. Ik bel Janine op en vertel haar dat Fleur iets gaat oefenen.

De week erop zie ik Fleur weer. Trots staat ze in de deuropening “Het is gelukt hoor! Ik heb zelf jam gekozen!” Wauw, wat goed! Ik steek twee duimen omhoog. Fleur zet een eerste voorzichtige stap in: wat voel ik? en wat wil ik?

Ik moedig haar samen met het gehele team aan om straks met alle kleine stappen een wandeling te maken.